In 2002 gleed Wedding de reuzenslalom af alsof hij haast had om ergens anders te zijn. Hij werd 24e. Geen tranen, geen bloemen, geen sponsors met gouden contracten. En ergens in de jaren daarna — niemand kan precies aanwijzen wanneer — raakte hij het spoor bijster.
De sporter die droomde van roem, vond uiteindelijk alleen de onderwereld. Een mislukte deal, een celstraf van vier jaar, en een vrijlating die meer startschot bleek dan tweede kans. Wedding ging niet terug naar de sneeuw. Hij ging omhoog — maar dan in een hiërarchie waar je liever niets over te zeggen hebt.
Amerikaanse autoriteiten beschrijven zijn organisatie alsof het een multinational is met een bijzonder slecht HR-beleid. Boten, vliegtuigen, semitrucks: alles werd ingezet om cocaïne van Colombia naar Mexico en vervolgens naar Zuid-Californië te verplaatsen. Honderden kilo’s tegelijk. Dag in, dag uit.
Het resultaat: een netwerk dat naar verluidt zo’n 60 ton cocaïne per jaar de grens over kreeg. Vrachtwagens vol poeder die vervolgens doorstroomden naar Canada en andere staten. Wedding regelde het, controleerde het, liet het draaien alsof hij alsnog een medaille wilde winnen — maar dan op een heel ander podium.
Met succes kwam macht. En met macht kwam geweld. Volgens de aanklacht liet Wedding rivalen uitschakelen alsof hij lijstjes afvinkte. Een getuige in Colombia die te veel wist. Familieleden die volgens hem niet loyaal genoeg waren. Een huurmoordenaarsgroep die op afroep klaarstond.
Zijn vrouw zou hem hebben geholpen met geldstromen; een advocaat zou een rol hebben gespeeld die weinig met juridische integriteit te maken had. En dus zette de FBI een internationale operatie op: Operatie Reuzenslalom. Een knipoog, maar dan met een serieuze ondertoon.
Wedding zelf? Die zou zich schuilhouden in Mexico, onder bescherming van het Sinaloa-kartel. De beloning op zijn hoofd is inmiddels 15 miljoen dollar. Daar koop je heel wat skipassen voor — maar hij kan ze nergens meer gebruiken.