Een nieuw onderzoek laat zien dat leerkrachten hoogbegaafdheid nog lang niet altijd objectief signaleren. Zo wordt een hoogbegaafd meisje met een niet-westerse achtergrond maar in zo’n 15 procent van de gevallen als zodanig herkend. Bij een witte jongen uit een welgestelde familie ligt dat percentage rond de 60 procent. Het gevolg: talentvolle leerlingen blijven onzichtbaar en krijgen niet de ondersteuning die ze verdienen.
Volgens onderwijsdeskundigen heeft dit veel te maken met onbewuste verwachtingen. Meisjes die rustig, perfectionistisch of bescheiden zijn, vallen minder op. En bij kinderen met een migratieachtergrond kunnen taal of cultuurverschillen ervoor zorgen dat hun intelligentie simpelweg niet wordt gezien. “We denken bij hoogbegaafdheid vaak aan het stereotype jongetje dat alles weet,” zegt een orthopedagoog. “Maar dat is een veel te smal beeld.”
De overheid werkt aan structurele financiering voor (hoog)begaafde leerlingen vanaf 2026, maar deskundigen benadrukken dat het vooral draait om bewustwording in de klas. Meer training voor leerkrachten, objectievere tests en aandacht voor diversiteit kunnen helpen om de kloof te dichten. Want slim zijn is één ding — gezien worden, dat is iets heel anders.