De twee nieuw ontdekte werken zijn zogenaamde chaconnes in D mineur en G mineur. Ze waren jarenlang verborgen in oude manuscripten, onopgemerkt in bibliotheken en privécollecties. Dankzij moderne onderzoekstechnieken en jarenlange analyse van handschrift en stijl konden wetenschappers eindelijk bevestigen dat deze stukken daadwerkelijk van Bach zijn. Voor een componist die bijna 300 jaar geleden overleed, is het alsof hij ineens nog een paar geheime brieven opstuurd.
De manuscripten werden al decennia geleden gevonden, maar aanvankelijk erkende niemand hun belang. Pas na intensief onderzoek, waarbij onderzoekers de handschriften en muzikale patronen vergeleken met bekende Bachscores, werd duidelijk dat het hier om originele werken ging. Interessant detail: de kopieën waren gemaakt door een leerling van Bach, waardoor ze jarenlang niet als authentiek werden gezien.
De stukken zijn inmiddels uitgevoerd in de beroemde Thomaskirche in Leipzig, de kerk waar Bach zelf jarenlang werkte. Muziekcritici spreken van een sensatie: de composities tonen Bachs karakteristieke stijl, maar met unieke wendingen die nog niet eerder in zijn orgelwerk waren gehoord. Voor fans van klassieke muziek is dit niet alleen een mooie ontdekking, maar ook een kans om Bach op een geheel nieuwe manier te ervaren.